De gemiste nudge
In de 36 jaar dat ik in de zorg werk heb ik meer dan 150 mensen zien overlijden. Na de 150ste ben ik gestopt met tellen.
Vooral in de 9 jaar, terminale nachtzorg ben ik vaak bij dit indrukwekkende moment aanwezig geweest.
Ik ben er trots op, dat ik bij al die keren, een voorgevoel mocht krijgen, dat het moment van afscheid dichtbij was…
Zelfs als ik dit moment bijna zou missen, kreeg ik een “por in mijn zij”, zodat ik mij bewust werd van dit voorgevoel.
Zo kwam het vaak voor, dat ik in die 9 nachtelijke jaren, bij een terminale cliënt zat, meestal in de huiskamer, naast het ziekenhuisbed waar de cliënt in lag. Of aan tafel, waar ik de ademhaling nog kon horen.
Vaak (niet altijd !) liggen de cliënten zo rustig en is er weinig te doen. Dan haalde ik mijn laptop tevoorschijn om op een stil geluidsniveau een filmpje te kijken. In slaap vallen zou de grootste zonde zijn. Het is tenslotte een wakende dienst !
De regelmatige ademhaling van de cliënt en de stilte van de nacht, doet dat met je. Vaak ga ik dan even naar de tuin of balkon om een sigaretje te roken. 2 paracetamol innemen met een kop koffie werkt ook goed. De paracetamol versterkt dan de cafeïne blijkbaar, en dan ben je een kwartier later weer zo fris als een hoentje.
Natuurlijk overlijden de cliënten niet altijd in mijn dienst, maar de keren dat dit wel gebeurde noem ik vaak achteraf een “afscheidsdienst”. Het is dan je laatste dienst op dat adres, bij die familie. En dan neem je niet alleen afscheid van de cliënt maar ook van de familie die daar bij hoort.
Toch is het mij eenmalig overkomen dat ik toch wegzakte in een rust die niet zou mogen… Die keer weet ik nog goed. Het was, uitgerekend die keer, een voorgenoemde “afscheidsdienst”
Knikkebollend aan tafel, voelde ik een flinke por in mijn linkerzij. Alleen in de woonkamer met de cliënt is dat wel het laatste wat je verwacht. Dus hevig geschrokken en klaarwakker, zat ik rechtop in mijn stoel.
Onmiddellijk werd mijn binnenste overspoeld met dit gevoel dat we niet meer alleen zijn. Op een of andere manier voelt dit altijd zo aan, ongeveer een kwartier tot 10 minuten voor het overlijden van een cliënt.
Ik was dus gelukkig op tijd om de familie, die boven lagen te slapen, te wekken en naar de huiskamer te halen om bij het afscheidsmoment te zijn.
Zo was ik al die keren in de terminale nachtzorg, altijd ruim op tijd, om de familie te wekken voor het afscheidsmoment.
Op die ene keer na….
Ik kwam op het adres, wetende dat het slechts voor een, hooguit twee nachten zou zijn.
De mannelijke cliënt lag in de huiskamer en zijn vrouw en dochter zouden na mijn komst boven gaan slapen. Vrouw en dochter hadden allebei afwisselend op de bank geslapen, om ’s nachts ook bij hun vader en man te kunnen blijven. Deze mantelzorg nam een steeds zwaardere tol van beide dames.
Meneer zou de volgende dag verhuizen naar een hospice.
Zijn vrouw kon het idee niet verdragen om bij het sterfmoment aanwezig te zijn. Meneer zag er heel erg tegenop om alleen te zijn wanneer hij zou overlijden. Zodoende was het hospice voor iedereen de beste optie.
Meneer zelf was bij helder bewustzijn, mede door de pijn die hij moest doorstaan vanuit de kanker die hem in deze toestand had gebracht. Ietwat verontwaardigd, begreep ik niet dat de thuiszorg hier niet beter op had ingegrepen.
Lezend in het patiëntendossier, zag ik dat hij een lage dosis morfine als "zo nodig" erbij kon krijgen, maar geen slaapmedicatie..
In gesprek met meneer, vroeg ik waar hij behoefte aan had. Pijnbestrijding en slaap, kwam uit het korte gesprekje. Samen besloten we om de huisartsenpost te bellen. Als er een huisarts zou kunnen komen, dan zou deze ook slaapmedicatie meenemen, zodat meneer in elk geval, na een goede nachtrust, naar het hospice kon verhuizen.
Zover zou het niet komen…
Tijdens het bellen naar de huisartsenpost hoorde ik meneer iets zeggen.
Ik onderbrak de beltoon en liep naar het bed.
Zijn gestrekte arm richte zich naar mij en ik pakte zijn uitgestoken hand, we keken elkaar in de ogen. Ik hoorde mezelf zeggen “ had u nog een vraag meneer?” De cliënt leek geen pijn meer te hebben. Zijn eerder verkrampte blik was ontspannen en zijn vriendelijke gezicht had een oogopslag van opvallende zachtheid. Twee seconden later keek er niemand meer terug naar mij, meneer stierf en zakte terug in zijn kussen, zijn verslapte hand in de mijne, welke ik met een gevoel van verbijstering zachtjes terug op zijn laken legde.
Ik voelde me bedrogen… geen por in de zij, geen voorgevoel… teleurgesteld in mezelf ook.
Schoorvoetend klom ik de trap op. Op weg om zijn vrouw en dochter te wekken.
In deze emotionele nacht, verbaasden wij er ons over dat het zo snel was gegaan.
Normaal gezien eindigt mijn dienst als de arts is gekomen om te schouwen. Maar in dit geval ben ik gebleven om de vrouw en dochter te ondersteunen bij de afhandeling van deze droevige nacht.
In elk ander geval, zou ik de familie hebben voorbereid om een “pakketje” te maken. In gesprek geef ik dan het advies om in één tas alle essentiële spullen te verzamelen, voor na het overlijden.
In die tas zit dan: een paspoort of identiteitsbewijs van de cliënt, nodig voor de arts om de overlijdensakte in te vullen. De uitgezochte kleding die de cliënt in de kist aan krijgt. En het telefoonnummer en/of uitvaartpolis om te bellen nadat de arts is geweest. Alles bij elkaar, in één tas/koffer.
Nu heb ik alles samen zijn vrouw en dochter, bij elkaar gezocht. Kledingkasten stonden open en gesprekken over de kleur sokken en blouse, gaven een welkome afleiding van de onverwachte emoties.
Gelukkig waren vrienden van de familie ook bereid om te komen. En na het vertrek van de arts, liet de uitvaartzorg ook niet lang op zich wachten.
Nadat de uitvaartzorg in gesprek ging met mevrouw, heb ik afscheid genomen en iedereen veel sterkte gewenst.
Eenmaal in de auto heb ik twee straten verder langs de kant geparkeerd…
Een nacht zoals deze had ik nog niet eerder meegemaakt. Hoe kon het, dat ik zijn overlijden niet voelde aankomen. Ik was inmiddels zo gewend en er zo gerust op, om te vertrouwen op mijn intuïtie, zodat dit overlijden mij echt van slag had gebracht.
In mijn buitenspiegel zag ik twee koplampen naderen. Met een zoevend geluid reed de cliënt in de begrafenisauto langs mij heen. Als in een laatste groet…
En juist op dat moment kreeg ik het antwoord dat alles is verlopen zoals het moest gaan.
Meneer is niet alleen gestorven, zoals hij wilde. Ik had zijn hand vast en we hadden zelfs oogcontact op het moment zelf.
Zijn vrouw heeft zonder bewuste wil, zijn sterfmoment gemist. Dit had ik, normaal gesproken, in de war kunnen sturen door haar op tijd erbij te halen. Maar nu overkwam het mij ook.
Gelukkig maar…